Deze paragraaf gaat in op het treasurybeleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille. In 2016 voldoen we aan de kasgeldlimiet, renterisiconorm en norm voor schatkistbankieren. De netto-schuldpositie is toegenomen. Lage rentes op de geld- en kapitaalmarkt geven een positiever renteresultaat. Diverse nieuwe leningen en garanties aan derden zijn toegekend.
De kaders zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is het beheersen van de (mogelijk) uit de treasuryfunctie voortvloeiende risico’s. Het wettelijk kader is verder uitgewerkt in het treasurystatuut van de gemeente Eindhoven, dat in 2015 is vastgesteld. Hierin staan de doelstellingen, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de administratieve organisatie rond het beheer van liquiditeiten van de gemeente op korte en lange termijn.

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de feitelijke geldstromen in 2016. Het rekeningresultaat wordt gecorrigeerd voor resultaatposten die geen kasstroom met zich meebrengen (bijvoorbeeld afschrijvingen) en voor kasstromen die geen resultaatpost zijn (bijvoorbeeld mutaties in voorzieningen). De gemeente werkt vanuit totaalfinanciering: alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden gesaldeerd voordat de gemeente zich op de geld- of kapitaalmarkt begeeft. Evenals in voorgaande jaren was de liquiditeitenuitstroom groter dan de inkomsten. Op basis van de cijfers in de primaire begroting was een liquiditeitenuitstroom van € 96 miljoen voorzien, grotendeels door geplande investeringen. Ondanks fors lagere investeringen economisch nut, is de totale kasuitstroom over 2016 € 9 miljoen hoger dan begroot; het saldo uit operationele activiteiten is substantieel lager. Het EMU saldo over 2016 is € -70,9 miljoen. In dit saldo zijn de financieringskasstroom en de mutatie in het overige werkkapitaal niet meegenomen.

Kasstroomoverzicht 2016 (*€1 miljoen)               + is positieve kasstroom

Rekeningresultaat

-19,6

Correctie voor afschrijvingen en mutaties voorzieningen

-11,0

Aanpassingen voor mutaties in netto werkkapitaal (voorraden)

12,7

Aanpassingen voor mutaties in netto werkkapitaal (overig: crediteuren, debiteuren)

14,7

Kasstroom operationele activiteiten

-3,3

Investeringen in economisch nut

-53,1

Desinvesteringen in economisch nut

0,2

Totaal kasstroom investeringsactiviteiten

-52,9

Aflossing van opgenomen leningen

-65,6

Aflossing van verstrekte leningen

2,9

Ontvangen belegging

14,0

Totaal kasstroom financieringsactiviteiten (benodigde herfinanciering)

-48,6

Netto kasuitstroom

-104,8

- lager saldo bankrekeningen en contant geld

0,6

- nieuwe opgenomen langlopende leningen

84,2

- toename kasgeldleningen

20,0

Financiering van kasuitstroom

104,8

Renteontwikkelingen
Wat betreft de renteontwikkeling bestaat 2016 uit twee delen. De eerste helft werd gedomineerd door pessimisme over de economie en de effecten van Brexit, waardoor de 10-jaars lange rente voor gemeenten daalde van 1,2% naar een historische dieptepunt van 0,6% in september.  Door stijgende olieprijzen en de verkiezingswinst van Donald Trump stegen zowel de Amerikaanse als de Europese kapitaalmarktrentes, gedreven door groei- en inflatieverwachtingen. De 10-jaars rente steeg naar 0,9%. De ECB hield de depositorente, het tarief waartegen banken overschotten kunnen stallen, stabiel op -0,30%. De korte rente (voor 3 maanden) daalde in 2016 van -0,13% naar -0,32%. Over de afgelopen 10 jaar hebben deze rentes zich als volgt ontwikkeld:

Kasgeldlimiet en renterisiconorm
We hebben binnen de kaders zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen vanwege de historische lage en zelfs negatieve rente in 2015 (ca -0,1%). De wet FIDO stelt dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (de kasgeldlimiet) met kort geld mag financieren. Als de netto-vlottende schuld de kasgeldlimiet (€ 74,5 miljoen) drie kwartalen overschrijdt, moeten aanvullende maatregelen worden genomen. Daarom hebben we begin in het vierde kwartaal een bedrag van € 84,2 miljoen aan kasgeld omgezet in langlopende leningen.

Kasgeldlimiet (* €1 miljoen)

kw1

kw2

kw3

kw4

Norm 8,5% van begrotingstotaal

74,5

74,5

74,5

74,5

Gemiddelde Netto vlottende schuld (x 1 miljoen)

21,7

62,7

79,3

56,6

De renterisiconorm uit de wet FIDO regelt dat gemeenten tot een dusdanige opbouw van de leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossingen en renteherziening op leningen mag jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal zijn. Voor Eindhoven is dat in 2016 € 175 miljoen. Het bruto bedrag aan aflossingen bedroeg € 64 miljoen, waarvan € 62 miljoen is geherfinancierd. Er waren geen renteherzieningen.

Renterisiconorm (* €1 miljoen)

2014

2015

2016

Norm 20% van begrotingstotaal

152,4

174,0

175,0

Stand

47,9

55,4

64,2

Ontwikkeling langlopende schuld
De gemeente Eindhoven heeft eind 2016 voor € 435 miljoen aan langlopende geldleningen opgenomen. Dit is € 18 miljoen meer dan eind 2015. Begin vierde kwartaal zijn vier fixe leningen aangetrokken (met aflossing aan het eind van de looptijd) voor in totaal € 70 miljoen met looptijden tussen 10 en 30 jaar. Daarnaast is voor € 14,2 miljoen lineaire projectfinanciering voor het IHP aangetrokken met een looptijd van 50 jaar.

Ontwikkeling Opgenomen leningen (* €1 miljoen)

01-01-2016

Mutatie

31-12-2016

Eigen financiering inclusief projectfinanciering IHP

315

+29

344

Projectfinanciering Strijp S

14

-7

7

Lening ten behoeve van aankoop gronden PSV

49

0

49

Renteloze leningen van rijk en provincie

12

0

12

Voor doorlening aan woningbouw

25

-2

23

BWS restant schuld, waarborgsommen,
    door derden belegd

2

-1

1

Totaal opgenomen leningen

417

+18

435

De leningenportefeuille bevat € 23 miljoen aan leningen, die zijn doorgeleend aan Eindhovense woningbouwcorporaties. Hiervan is ca. de helft afgesloten met zogenaamde WSW garantie; in geval de tegenpartij in gebreke blijft, kan de gemeente haar lening via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) terug krijgen. Een bedrag van € 7 miljoen betreft de projectfinanciering voor de herontwikkeling van Strijp S
Het totaal bedrag aan verstrekte leningen komt eind 2016 uit op € 42 miljoen. In maart 2017 wordt de laatste aflossing betaalt. In november is besloten een lening van €2 miljoen te verstrekken voor de bouw van een Atrium op de Brainport Industries Campus onder voorwaarde dat de provincie een lening van €9,2 miljoen verstrekt. De gemeente zal naar verwachting in 2017 de lening verstrekken.

Ontwikkeling Verstrekte leningen (* €1 miljoen)

01-01-2016

Mutatie

31-12-2016

Leningen aan woningbouw

25

-2

23

Lening aan Park Strijp S CV (achtergesteld ten opzichte van externe financier)

12

0

12

Overige leningen (bibliotheek, startersleningen, bijstand etc)

8

-1

7

Totaal verstrekte leningen

45

-3

42

Netto-schuld

Om de netto schuld te bepalen corrigeren we de opgenomen gelden (lang en kort) met de verstrekte leningen, beleggingen en liquide middelen. In 2016 zijn  de opgenomen gelden toegenomen (+€ 39 miljoen ) maar de verstrekte gelden gedaald (-€ 17 miljoen). De netto-schuldpositie is hierdoor €56 miljoen toegenomen. Over de afgelopen 5 jaar heeft de netto-schuld zich als volgt ontwikkeld:

Renteresultaten
De treasury-afdeling is de interne bank van de gemeente en opereert op de geld- en kapitaalmarkt. De kosten van het eigen vermogen en de rentekosten van de leningen worden via de interne rekenrente doorberekend aan de sectoren met investeringen in economisch nut of grond. Bij de kadernota 2015-2018 is de interne rente voor de duur van de collegeperiode vastgelegd  op 3,75%. Uitzondering vormden de verliesgevende planexploitaties binnen het grondbedrijf, waarvoor een rentepercentage van 1,5% wordt gehanteerd. In verband met de wijzigingen in de BBV is de rente voor het gehele grondbedrijf voor 2016 met terugwerkende kracht zowel begrotingstechnisch als in de realisatie op 2,0% gesteld.
In de begroting is een renteresultaat voorzien, dat ingezet wordt als algemeen dekkingsmiddel. Dit ontstaat doordat de begrote interne rente hoger is dan de begrote externe rentekosten: op de datum van vaststelling is de interne rentevoet (3,75%) bepaald uit de gemiddelde externe rentelasten voor opgenomen leningen (2,75%) plus een risico-opslag van 1%. Ten opzichte van de gewijzigde begroting valt het renteresultaat €1,4 miljoen hoger uit. Dit bedrag komt ten gunste van de algemene middelen. De lagere opbrengst uit interne rente door bijstelling van de investeringsplanning (€3,1 miljoen nadeel) wordt gecompenseerd door netto lagere werkelijke rentekosten (€4,5 miljoen voordeel), vanwege minder nieuwe lange financiering tegen lage rentepercentages en door extreem lage rente op kasgeldleningen gedurende heel 2016.

Renteresultaat 2016 (* €1 miljoen)

Prim. Begr.

Gewijz. Begr

Realisatie

Financieringsfunctie + Rente eigen kapitaal en belegde reserves

19,4

18,2

19,6

Verstrekte garanties
Per eind 2015 is voor een bedrag van €28 miljoen aan leningen direct gegarandeerd door de gemeente aan instellingen, die actief zijn op het gebied van gezondheidszorg, welzijn, sport en cultuur. De garanties zijn deels verstrekt met hypothecaire zekerheid. B&W is terughoudend in het verstrekken van nieuwe garanties of leningen. In geval van materiële bedragen wordt vooraf advies ingewonnen van de raad. In 2016 is een nieuwe garantie verleend voor de herfinanciering van VV Wodan (€0,5 miljoen); de oude garantie is vervallen. Daarnaast is besloten om garanties te verstrekken voor de Stichting Primair en Voortgezet Onderwijs Zuid Nederland (SPVOZN) ten behoeve van de uitbreiding van de Internationale School Eindhoven (€3,39 miljoen). En voor de gebiedsontwikkeling Mariënhage (€2,5 miljoen), waar ook de provincie Noord-Brabant en het Nationaal restauratiefonds financieel aan bijdragen door middel van het verstrekken van leningen. Beide garanties worden begin 2017 geëffectueerd. De in 2012 verstrekte garantie voor de Stichting Gezondsheidscentra Eindhoven (SGE) is vervallen (€0,7 miljoen). Dit geldt ook voor de in eveneens in 2012 verstrekte garantie voor Vitalis in verband met de herfinanciering van Petruspark (€8,4 miljoen). Daarnaast waren er reguliere aflossingen door de geldgevers op door de gemeente gegarandeerde leningen.
Op de uitstaande leningen en garanties loopt de gemeente risico. Daarom brengen we over (een deel van) de lopende leningen en garanties jaarlijks een risicopremie in rekening bij de geldnemers. Met deze premies voeden we de voorziening algemene risico’s garanties en geldleningen. Als de gemeente wordt aangesproken op haar garantie, of een lening niet wordt afgelost, komt dit verlies ten laste van deze voorziening. In 2016 zijn er geen tegenpartijen in de financiële problemen geraakt. Jaarlijks bepalen we de minimale hoogte van de voorziening aan de hand van de financiële positie van de geldnemers (solvabiliteit) en de (hypothecaire) zekerheden. Uit deze analyse bleek dat de voorziening eind 2016 te ruim was voor het afdekken van de risico’s. De voorziening is afgeroomd tot € 2,44 miljoen; een bedrag van €0,96 miljoen is ten gunste van de algemene middelen gebracht.

Woningbouwcorporaties kunnen voor de financiering van hun investeringen leningen aantrekken met borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Rijk en gemeenten staan samen garant voor het WSW via de achtervangpositie. Indien het garantievermogen van het WSW te laag is (bijvoorbeeld doordat corporaties in andere steden een beroep op het WSW doen) moeten alle deelnemende gemeenten en het rijk aan het WSW renteloze leningen verstrekken. Eindhoven neemt eind 2016 voor een bedrag van €1,22 miljard de achtervangpositie in. Momenteel zijn er geen signalen dat deze achtervangpositie wordt aangesproken.

Verstrekte garanties (* €1 miljoen)

01-01-2016

Mutatie

31-12-2016

Garanties aan derden

28,0

-10,1

17,9

Garanties incl bestuurlijke toezeggingen voor ISE en Marienhage

23,8

Beleggingen en schatkistbankieren
De gemeente Eindhoven heeft in 2006 uit de opbrengst van de verkoop Endinet diverse beleggingen gedaan. In 2016 is het laatste garantieproduct vrijgevallen. De belegging stond conform de wettelijke eisen tegen de nominale (eind)waarde van € 14 miljoen op de balans. De marktwaarde lag aanzienlijk hoger op het moment van aflossing waardoor een extra incidenteel resultaat is behaald van € 4,9 miljoen inclusief ontvangen dividenden (€1,2 miljoen meer dan begroot).

Eind 2013 is verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden ingevoerd. Nieuwe beleggingen zijn niet meer toegestaan, maar oude beleggingen mogen worden aangehouden tot de einddatum. Eindhoven heeft geen structurele tegoeden (vrijvallende beleggingen worden ingezet voor de aflossing van leningen). Mocht een tijdelijk kasoverschot gemiddeld over een kwartaal boven de norm (€ 4,51 miljoen voor Eindhoven) uitkomen, moet dit afgestort worden bij de Staat. In 2016 is het saldo op de bankrekeningen onder de norm gebleven dankzij strakke sturing op de liquiditeitspositie.

Schatkistbankieren (* €1 miljoen)

kw1

kw2

kw3

kw4

Limiet (norm)

4,51

4,51

4,51

4,51

Gemiddeld saldo op bankrekeningen gedurende het kw

4,36

3,48

4,16

3,57